Beide leveren millimeterprecisie, maar blinken uit in verschillende situaties. Een praktische vergelijking.
Het automatisch totaalstation en GNSS zijn de twee werkpaarden van geodetische monitoring. Ze sluiten elkaar niet uit — vaak vullen ze elkaar aan — maar de keuze hangt af van de site.
Het totaalstation
Een totaalstation meet hoeken en afstanden naar prisma's en haalt de hoogste relatieve precisie (sub-millimeter). Het vereist wel een vrije zichtlijn tussen station en prisma's, en presteert het best over kortere afstanden binnen één werf.
GNSS
GNSS meet de absolute positie via satellieten en heeft géén onderlinge zichtlijn nodig. Het is daardoor onmisbaar op uitgestrekte of versnipperde sites, maar de precisie ligt iets lager dan bij een totaalstation en vereist een vrij zicht op de hemel.
De praktijk: combineren
In de praktijk combineren we vaak beide: GNSS voor stabiele referentiepunten over grote afstand, en een totaalstation voor de fijne metingen binnen de werf. Zo benut u de sterktes van elke techniek.